Hörmann ProMatic: Draadloze handzender werkt slechts sporadisch
Korte diagnose: Bij Hörmann ProMatic met storing draadloze handzender werkt slechts sporadisch, eerst de voeding, vrijgaveketen, passende ingang en veiligheidselementen meten. Vervang geen onderdelen op verdenking: controleer eerst de ingang, dan de uitgang, dan de belasting.
Foutbeeld
Eerste beslissing: Komt het commando aan bij de besturing? Zo nee: controleer knop, draadloze verbinding, externe vrijgave en leiding. Zo ja: controleer veiligheidscircuit, eindposities, uitgang en belasting.
Meest waarschijnlijke oorzaken – gesorteerd op trefkans
| Volgorde | Oorzaak | Sneltest |
|---|---|---|
| 1 | Batterij handzender zwak | Controleer direct bij de betreffende ingang/uitgang en noteer de meetwaarde. |
| 2 | Antenne ongunstig, gebroken of afgeschermd | Controleer direct bij de betreffende ingang/uitgang en noteer de meetwaarde. |
| 3 | Draadloze ontvanger verliest voeding | Meet 230/400 V ingang en 24 V DC onder belasting; controleer zekeringen op doorgang. |
| 4 | Relaiscontact op de ontvanger hapert/defect | Controleer direct bij de betreffende ingang/uitgang en noteer de meetwaarde. |
| 5 | Storing door externe draadloze signalen of verkeerd kanaal | Meet het commando direct bij de ingang; LED moet wisselen bij het indrukken van de knop. |
Onmiddellijke controle aan de schakelkast
Deze controles brengen de fout meestal sneller aan het licht dan een complete vervanging van de besturing.
| Nr. | Waar controleren? | Hoe controleren? | Nominale waarde / Verwachting |
|---|---|---|---|
| 1 | Direct aan de besturing en het component | Controleer de batterij van de handzender onder belasting of vervang deze ter test. Nominaal: stabiele spanning volgens batterijtype. | Toestand eenduidig, reproduceerbaar en passend bij het schakelschema |
| 2 | Direct aan de besturing en het component | Observeer de ontvanger-LED bij het indrukken van de knop. Nominaal: elke keer een duidelijke reactie. | LED/Input wisselt duidelijk en flikkert niet |
| 3 | 24 V-klem van de besturing / sensorvoeding | Meet de voeding van de draadloze ontvanger. Nominaal: 12/24 V of 230 V volgens typeplaatje stabiel. | 22–28 V DC stabiel, ook bij het commando |
| 4 | Direct aan de besturing en het component | Meet het relaiscontact van de ontvanger bij de START-ingang. Nominaal: korte doorgang/puls bij het indrukken van de knop. | < 1 Ω gesloten, open bij bediening |
| 5 | Direct aan de besturing en het component | Leid de antenne uit de schakelkast en controleer de afstand tot metaal. | Toestand eenduidig, reproduceerbaar en passend bij het schakelschema |
| 6 | Direct aan de besturing en het component | Test met een tweede handzender. Nominaal: fout blijft niet beperkt tot één zender. | Toestand eenduidig, reproduceerbaar en passend bij het schakelschema |
Meetwaarden, LED-statussen en ingangen
| Meetpunt | Beoordeling |
|---|---|
| Batterijspanning zender | Meetwaarde vergelijken met typeplaatje en schakelschema; afwijking gericht afbakenen. |
| 12/24 V of 230 V bij de ontvanger | Als deze ontbreekt of inzakt, controleer dan eerst de voeding, zekering, kortsluiting in sensoren en klemmen. |
| Relaiscontact <1 Ω tijdens puls | Meetwaarde vergelijken met typeplaatje en schakelschema; afwijking gericht afbakenen. |
| START-ingangs-LED knippert bij puls | Geen LED-verandering betekent: commando/sensor komt niet aan of ingang is verkeerd geparametreerd. |
| Bereiktest met open/gesloten schakelkastdeur | Meetwaarde vergelijken met typeplaatje en schakelschema; afwijking gericht afbakenen. |
Belangrijk: Meet de spanning altijd onder belasting. 24 V onbelast kan er goed uitzien en toch instorten bij het starten.
Fabrikantspecifieke controle: Hörmann ProMatic
De snelste manier is: voeding meten, veiligheidscircuit sluiten, ingang observeren, uitgang controleren, mechanisme onder belasting beoordelen. Niet beginnen met het duurste onderdeel.
Relevante klemmen en modules
| Klem / Module | Waarom hier controleren? |
|---|---|
| Netto aansluiting L/N resp. L1/L2/L3 aan de hoofdklem controleren. | Zonder stabiele voeding zijn alle vervolgmetingen waardeloos. |
| Meet de 24 V-accessoirevoeding aan de besturing; nominale waarde ca. 22–28 V DC. | Component kan de vrijgave- of veiligheidscircuit beïnvloeden. |
| Controleer de ingangen OPEN, DICHT, puls en STOP aan de gelabelde klemmenstrook. | Hier zie je of het commando echt aankomt. |
| Veiligheidscircuit: lichtscherm, sluitkant, loopdeur, kabeldoorhang en noodstop één voor één zonder overbrugging controleren. | Hier blokkeren het lichtscherm, SKS en veiligheidscontacten de beweging. |
| Bij WA/ITO/B460 FU: eindpositiesensor, rem en FU-/motorleiding afzonderlijk controleren. | Hier controleren of uitgang, motor en rem elektrisch gevoed worden. |
Foutcodes, LED-statussen of meldingen
| Melding / Status | Volgende stap |
|---|---|
| Foto maken van de weergave of LED-knippercode vóór reset. | Documenteer de melding vóór reset en vergelijk met ingang/LED/meetwaarde. |
| Dodemansstand na veiligheidsfout: controleer eerst veiligheidscircuit/SKS/lichtscherm. | Lichtscherm reinigen, uitlijnen, voeding en contact controleren. |
| FU-/aandrijffout: controleer motorbeveiliging, rem, fasenvolgorde en encoder. | FU-code opslaan, motorstroom, hellingen, rem en mechaniek controleren. |
| Geen referentie: eindposities opnieuw inleren en mechanische eindstops controleren. | Encoder, eindschakelaar, stekkerverbinding en inleerbeweging controleren. |
Parameters die overeenkomen met het foutbeeld
| Parameter / Functie | Controle |
|---|---|
| Bedrijfsmodus puls/dodemansstand | Verkeerd ingesteld leidt tot dodemansstand of ontbrekende pulsbediening. |
| Kracht- of looptijdbewaking | Te krap ingesteld leidt tot start/stop, reverseren of thermische storing. |
| Eindposities/inleerbeweging | Verkeerd geleerd voorkomt eindpositie melding en referentiebeweging. |
| Automatische sluiting | Parameters vergelijken met de huidige status en wijziging documenteren. |
| Veiligheidslijst/lichtscherm geactiveerd | Verkeerd geparametreerd blokkeert DICHT of automaat. |
| FU-hellingen bij B460 FU | Verkeerde hellingen of snelheid veroorzaken trage/onrustige loop. |
Bekende zwakke punten uit de praktijk
| Zwakke punt | Praktische controle |
|---|---|
| verontreinigd reflecterend lichtscherm | Reinigen, uitlijnen, voeding meten, relaiscontact testen. |
| Loopdeurcontact met los contact | Contact mechanisch indrukken, elektrisch meten en observeren tijdens beweging. |
| Drukknopkaart/bedieningseenheid reageert niet correct | Visuele inspectie is niet voldoende: meten, bewegen, opnieuw meten. |
| Rem op de WA-aandrijving plakt | Remspanning meten, loslaten horen, mechanische slijtage controleren. |
| Eindpositie verloren na stroomuitval | Stekker beveiligen, sensor bedienen, eindposities opnieuw inleren. |
Typische oorzaak van storingen in de praktijk
In collectieve garages bevindt de antenne zich vaak in de schakelkast. Dat is als draadloos met een loden mantel: van dichtbij werkt het, van buitenaf niet.
Bij Hörmann ProMatic extra aandacht voor: Eerst meten, dan vervangen. De meest voorkomende oorzaken zijn sensoren, vrijgaveketen, eindpositie en mechaniek – niet direct de besturingsprintplaat.
Stapsgewijze reparatie
- Installatie beveiligen: gebied afzetten, rijbaan vrijmaken, hoofdschakelaar uitschakelen en beveiligen tegen opnieuw inschakelen. Werkzaamheden aan 230/400 V, remmen, frequentieomvormer, hoofdschakelaar of motoraansluiting uitsluitend door een gekwalificeerde elektricien. Schakel de installatie vóór elke weerstands- of doorgangmeting aan alle polen spanningsvrij en beveilig deze tegen opnieuw inschakelen.
- Component afbakenen: Voor dit foutbeeld eerst controleren of de draadloze puls onregelmatig aankomt of dat het relaiscontact de ingang niet bereikt, en pas daarna de motor of besturing verdenken.
- Handzender / draadloze ontvanger / antenne lokaliseren: klem, leiding en component markeren aan de hand van de opschrift en het schakelschema. Foto's maken voordat u ze loskoppelt.
- Meting uitvoeren: Voeding, ingang, contact/weerstand en LED-status meten. Resultaat noteren; geen onderdeel vervangen, alleen omdat het "verdacht lijkt".
- Component vervangen of repareren: Handzender / draadloze ontvanger / antenne alleen vervangen door een passend type volgens typeplaatje/schakelschema. Klemmen vastzetten, trekontlasting aanbrengen, leiding beveiligen tegen schuren.
- Functietest: Individuele functie bij de ingang controleren, dan complete OPEN- en DICHT-beweging uitvoeren. Foutgeschiedenis opnieuw controleren.
- Veiligheidscontrole: Noodstop, lichtscherm, sluitkant/SKS, loopdeur en eindposities actief testen. Bij automatische beweging de reversering en voorwaarschuwing documenteren.
Aanduiding reserveonderdeel
Typisch reserveonderdeel: Handzender / draadloze ontvanger / antenne
Functie: Deze onderdelen genereren de puls voor START of OPEN. Een defect relaiscontact kan eruitzien als een draadloos probleem.
Vervanging: Installatie spanningsvrij maken, klembezetting fotograferen, aders labelen, onderdeel vervangen, klemmen opnieuw aandraaien, trekontlasting controleren en daarna meetwaarde/functie opnieuw documenteren.
Andere onderdelen die men bij deze installatie in de gaten moet houden:
- Hörmann bedieningseenheid/besturingsprintplaat
- Lichtscherm
- Sluitkantbeveiliging
- Loopdeurcontact
- Eindpositiesensor
- Rem/remgelijkrichter
Praktijkgeval
| Punt | Beschrijving |
|---|---|
| Foutbeeld | Handzender werkt alleen direct voor de poort. |
| Diagnose | Ontvanger reageerde, START-relais schakelde, maar de antenne lag opgerold in de metalen kast. |
| Oorzaak | Antenne verkeerd gelegd en deels afgescheurd. |
| Oplossing | Nieuwe antenne geplaatst, ontvanger buiten het storingsgebied gemonteerd, bereik gecontroleerd. |
| Tijdsbesteding | 30 minuten |
Eindcontrole na de reparatie
- Minimaal drie complete rijcycli OPEN/DICHT zonder foutmelding uitvoeren.
- Noodstop bedienen: Installatie moet onmiddellijk stoppen en mag pas na ontgrendeling weer vrijgeven.
- Lichtscherm onderbreken tijdens DICHT-beweging: Sluitbeweging moet stoppen of reverseren, afhankelijk van de installatie.
- Sluitkant/SKS testen met een geschikt testlichaam: Reactie en reverseringsweg controleren.
- Eindposities OPEN/DICHT controleren: Weergave, vergrendeling, verkeerslicht/vrijgave moeten correct omschakelen.
- Meetwaarden, vervangen reserveonderdeel en foutcode documenteren in het onderhoudsrapport.
Opmerking: Klemmenaanduidingen kunnen afwijken afhankelijk van het bouwjaar, optionele printplaat en uitvoering. Het schakelschema van de specifieke installatie blijft altijd leidend.






Delen:
Hofschuifpoort met Sommer-besturing: Eindstand wordt bij regen niet herkend – Reparatiehandleiding met meetwaarden en programmering
Industriepoort gaat niet meer omhoog – Foutdiagnose en reparatie