Foutbeeld
- Wat doet de installatie? De installatie rijdt alleen zolang de knop wordt ingedrukt.
- Wat doet de installatie niet? Pulsbedrijf en automatische loop worden niet vrijgegeven.
- Wanneer treedt de fout op? na storing bij sluitrand, fotocel, eindpositie of na parameterwijziging.
- Permanent of sporadisch? vaak permanent, soms sporadisch bij een los contact in het veiligheidscircuit.
Meest waarschijnlijke oorzaken
- Sluitrandbeveiliging niet gedetecteerd.
- Fotocel bezet of verkeerd geparametreerd.
- Eindpositie niet ingeleerd of loopweg onwaarschijnlijk.
- Veiligheidscircuit slechts gedeeltelijk gesloten.
- Na vervanging van de besturing is de bedrijfsmodus niet correct ingesteld.
Onmiddellijke controle
| Wat controleren? | Waar controleren? | Hoe controleren? | Nominale waarde / verwachte toestand |
|---|---|---|---|
| Fotocel | Zender en ontvanger aan het poortframe | Lenzen reinigen, uitlijning controleren, ontvanger-LED observeren | Zender-LED AAN, ontvanger vrij geschakeld, uitgang schakelt eenduidig |
| Sluitrand 8k2 | Klemmenstrook/SKS-evaluator en spiraalkabel | Weerstand meten bij onbelaste strook | ca. 8,2 kΩ, praktisch 7,5–9,0 kΩ |
| OSE-strip | Optosensor links/rechts en evaluator | LED-status controleren, kabel bewegen en ingang observeren | LED stabiel, geen onderbrekingen bij bewegen |
| Spiraalkabel | Overgang poortvleugel naar besturing | Visuele inspectie, trekontlasting controleren, aders doormeten | Geen wiebelen, geen doorgangsverlies bij bewegen |
| Netspanning | Hoofdschakelaar en voedingsklem van de besturing | Multimeter AC meten: L/N of L1-L2-L3 | 230 V AC tussen L en N of ca. 400 V AC tussen de fasen |
| 24 V stuurspanning | 24 V/0 V accessoirevoeding of klem volgens schakelschema | Multimeter DC meten, ook tijdens rijcommando | 23–28 V DC stabiel, geen inzinking onder belasting |
Meetwaarden en toestanden
| Meetpunt | Waar meten / observeren | Nominale waarde of beoordeling |
|---|---|---|
| Netspanning | Besturing/hoofdschakelaar | 230 V AC L/N of 400 V AC L1-L2-L3 |
| 24 V DC | Accessoirevoeding | 23–28 V DC stabiel, ook bij de start |
| Veiligheidscircuit | Stop/SK/Noodstop/Sluitdeur/Slappe kabel | LED AAN of 0–1 Ω bij gesloten circuit |
| Fotocel | Zender/ontvanger | Ontvanger vrij; uitgang schakelt eenduidig |
| Sluitrand | 8k2/OSE/SKS | 8,2 kΩ of stabiele OSE-LED |
| Motorstroom | Motorleiding in bedrijf | Vergelijken met typeplaatje; Overstroom = zware loop/fase/rem |
Fabrikantspecifieke controlepunten
| Punt | Controle |
|---|---|
| Typische foutcode / indicatie | Dodemansbediening actief. Indicatie altijd samen met ingangs-LED's controleren, niet alleen afgaan op displaytekst. |
| Relevante klemmen | Net L1/L2/L3, motor U/V/W, Stop/SK, OPEN/DICHT/Puls, LS/SKS, DES/Eindpositiesysteem; exacte X-klem op dekplan controleren. |
| Relevante parameters | Eindposities/DES, bedrijfsmodus puls/dodemans, SKS-type, fotocel, looptijd, vooreindschakelaars, relaisfunctie. |
| Bekende zwakke punten | DES-/eindpositieplug, slappe kabelbeveiliging, SKS-evaluatie, motorbeveiliging, klemmen in het stopcircuit. |
| Typische reserveonderdelen | 24 V voeding/transformator, zekering, bedieningspaneel, radio-ontvanger, magneetschakelaar/relais, fotocel, SKS-evaluatie, eindpositiegever/AWG. |
Typische foutoorzaak uit de praktijk
Bij GFA-TS-besturingen ligt de fout vaak bij het DES-/eindpositiesysteem, de slappe kabelbeveiliging of de evaluatie van de sluitrand. Een losse stekker lijkt al snel op een defecte besturing.
Stap-voor-stap reparatie
- Installatie spanningsvrij maken, hoofdschakelaar beveiligen en schakelkast openen.
- Besturing, voeding, zekeringen, voeding/transformator, ingangen en uitgangen volgens schakelschema lokaliseren.
- 230/400 V voeding, 24 V stuurstroom en veiligheidsketen meten; LED-statussen noteren.
- Defect onderdeel isoleren: zekering, voeding, contact, fotocel, SKS, relais, magneetschakelaar of eindpositiegever.
- Onderdeel vervangen of klem/leiding herstellen; daarna parameters en eindposities niet blindelings overnemen, maar controleren.
- Functietest uitvoeren: OPEN, STOP, DICHT, veiligheidsactivering en eindposities.
- Veiligheidscontrole uitvoeren en meetwaarden documenteren in het servicerapport.
Opmerking over reserveonderdelen
24 V voeding/stuurtrafo, fijnzekering of besturingsprintplaat: De voeding voorziet ingangen en accessoires van stroom. Meet eerst zekeringen en 24 V; vervang de printplaat alleen als de voeding en het veiligheidscircuit schoon zijn.
Praktijkvoorbeeld
| Punt | Praktische informatie |
|---|---|
| Foutbeeld | GFA TS 981 rijdt alleen dodemans |
| Oorzaak | Sluitrandbeveiliging niet gedetecteerd |
| Diagnose | Veiligheidscircuit toonde open; bij de sluitdeur-/SKS-streng was geen schone doorgang aanwezig. |
| Oplossing | Contact/leiding vernieuwd, veiligheidscircuit gesloten, pulsbedrijf en veiligheidsuitschakeling getest. |
| Tijdsbesteding | 60–90 minuten |
Resultaat van de foutopsporing
Bij GFA TS 981 rijdt alleen dodemans eerst voeding, veiligheidsketen, ingangsstatussen en mechanica scheiden. Zodra de nominale waarde afwijkt, ligt het foutbereik vast: voeding, veiligheidsapparaat, eindpositie, uitgang of mechanisch onderdeel. Pas na deze afbakening wordt er vervangen.






Delen:
Hofschuifpoort met Sommer-besturing: Eindstand wordt bij regen niet herkend – Reparatiehandleiding met meetwaarden en programmering
Industriepoort gaat niet meer omhoog – Foutdiagnose en reparatie